Tewerkstellingsbarometer maart 2020 2020-04-29

Hoeveel personen waren er aan de slag in maart 2020?

Werknemers aan de slag

Het gemiddelde aantal tewerkgestelde personen in maart 2020 bedroeg 4.093.144. Dat is een stijging van ongeveer 44.200 eenheden ten opzichte van maart 2019.

Het aantal tewerkgestelde personen lag hoger dan een jaar geleden (+1,1%); de opwaartse trend van de voorbije jaren zet zich dus door.

Mannen en vrouwen

De stijging van de tewerkstelling is hoger bij de vrouwen (+1,3%) dan bij de mannen (+0,9%).

Leeftijdsgroepen

De evolutie van de tewerkstelling is niet alleen het gevolg van werknemers uit die leeftijdsklassen die een job vinden/verliezen, maar hangt evenzeer samen met de toename/afname van de bevolking in die leeftijdsklassen.

  • Het aantal jonge werknemers (< 25 jaar) neemt af (-0,6%) ten opzichte van het jaar ervoor.
  • In de leeftijdscategorie 25-39 jaar steeg het gemiddelde aantal tewerkgestelde personen ten opzichte van maart 2019 (+0,4%).
  • In de leeftijdscategorie 40-49 jaar is er een beperkte stijging van het gemiddelde aantal tewerkgestelde personen ten opzichte van maart2019 (+0,3%).
  • De tewerkstelling van werknemers van 50-64 jaar is met 2,9% gestegen ten opzichte van maart 2019.

Woonplaats

Op jaarbasis is het gemiddelde aantal werknemers toegenomen in de drie gewesten. De relatieve toename is het sterkst in het Brusselse Gewest (+2,1%), en even groot bij Vlaamse (+0,9%) als Waalse werknemers (+1%).

Impact van de coronacrisis

Door de coronacrisis zijn heel wat ondernemingen gedwongen om hun activiteiten stop te zetten of sterk te verminderen. Dat heeft een sterke impact op hun vraag naar arbeidskrachten.

Toch is dat niet zichtbaar in deze Tewerkstellingsbarometer. Dat komt vooral omdat de cijfers betrekking hebben op de periode van 20 februari tot en met 18 maart 2020. Het grootste deel van de crisis is dus nog niet in deze rapportering opgenomen.

Daarnaast zijn de cijfers van de Tewerkstellingsbarometer gebaseerd op de Dimona-aangifte, die de werkgever uitvoert telkens als een werknemer in of uit dienst treedt. Dat heeft implicaties voor wat er wel en niet in deze Tewerkstellingsbarometer is opgenomen.

  • Tijdelijke werkloosheid is tijdens de crisis de belangrijkste maatregel om het arbeidsvolume terug te dringen. De maatregel houdt in dat werknemers tijdelijk geen of slechts beperkte prestaties leveren, en dat ze een vervangingsinkomen krijgen van de RVA. In het personeelsbestand blijft de werknemer wel aanwezig, en er gebeurt dus geen Dimona. Via Dimona is het dus niet mogelijk om een inschatting te krijgen van het aantal tijdelijk werklozen of van het aantal dagen tijdelijke werkloosheid.
  • Een ander gevolg van de verminderde economische activiteit is het schrappen of niet vernieuwen van (zeer) tijdelijke contracten (flexi-jobs en extra’s). Het effect daarvan zal (in de toekomst) wél zichtbaar zijn in deze rapportering. Er zullen geen of veel minder nieuwe Dimonarelaties gemeld worden.
  • Tijdens de periode van verminderde activiteit zal in heel wat sectoren het aantal arbeidskrachten afnemen, zowel door een eventueel verhoogde uitstroom, als door een verminderde instroom van nieuwe werknemers. In principe zijn deze effecten ook zichtbaar in Dimona, maar doordat in Dimona geen gegevens over de aard van het contract (tijdelijk, onbepaalde duur) nog de aard voltijds/deeltijds, is het reële tewerkstellingseffect moeilijk te bepalen.

Meer informatie

Gedetailleerde cijfergegevens en informatie over de gehanteerde methodologie vindt u in de Maandelijkse tewerkstellingsbarometer.

^ Back to Top